Pensioensoorten
Er zijn drie pensioensoorten benoemd in de Pensioenwet. De Pensioenwet is bedoeld om er voor te zorgen dat de pensioenaanspraken waar werknemers recht op hebben, veiliggesteld worden. Werkgevers en pensioenfondsen moeten voldoen aan de pensioenwet. Onderstaand de drie regelingen:

-ouderdomspensioen

-nabestaandenpensioen

-arbeidsongeschiktheidspensioen

 

Ouderdomspensioen
Het pensioen wat wordt ontvangen vanaf de pensioendatum is het ouderdomspensioen.
Voor de meeste personen is dat de 65-jarige leeftijd. Het ouderdomspensioen mag uiterlijk ingaan op de 70-jarige leeftijd. Het ouderdomspensioen loopt door tot het overlijden.
Nabestaandenpensioen
Het nabestaandenpensioen zorgt ervoor dat de nabestaanden van een kostwinner financieel verzorgd achterblijven bij overlijden vóór de pensioenleeftijd. Er is nabestaandenpensioen voor de achterblijvende partner (partnerpensioen) en achterblijvende kinderen (wezenpensioen).

Arbeidsongeschiktheidspensioen
In geval van arbeidsongeschiktheid wordt door de overheid een WIA-uitkering verstrekt. Door sommige pensioenfondsen wordt er als aanvulling op die uitkering nog een arbeidsongeschiktheidspensioen verstrekt. Dit pensioen start op het moment dat de loondoorbetalingsverplichting van de werkgever vervalt. De uitkering eindigt op 65-jarige leeftijd of op het moment dat u weer in staat bent om te werken.